OVER WATER (deel II): grondwater, de onmisbare spaarbank

Beeld je in, het is een snikhete dag in augustus, 36 graden in de schaduw. De grondwaterniveaus staan in Vlaanderen staan uitzonderlijk laag en de regering roept op om geen kraanwater te gebruiken voor je zwembad te vullen of om je auto te wassen.

Je ligt langzaam weg te smelten op de zetel. Je sleept je over de vloer tot aan de keuken en draait de kraan open om toch nog wat vocht binnen te krijgen. Op hetzelfde moment hoor je water klateren over de haag: de buurman is zijn zwembad enthousiast aan het vullen… met water uit de kraan. Er begint stoom uit je oren te komen en je denkt: “Hoe kan iemand nu zo asociaal zijn?“

Het gedrag van de buurman is nochtans niet uitzonderlijk. Op talloze plekken in de wereld wordt water gezien als een quasi onbeperkte grondstof die je uit de kraan of uit de grond kan halen. Voor individuen is het voordelig om zoveel mogelijk water te gebruiken, maar voor de samenleving in zijn geheel is het beter dat iedereen er zuinig mee omspringt. Uiteindelijk worden de waterverspillers ook de dupe van hun eigen gedrag wanneer de grondwatervoorraden uitgeput zijn. Het is een klassiek voorbeeld van een tragedy of the commons. Die doet zich ook op verschillende plekken voor in de wereld: Pakistaanse, Indiase en Chinese boeren pompen massaal grondwater op om hun velden te irrigeren. In het Midden-Oosten proberen Saudi-Arabië en Jordanië om ter eerst het Disi aquifer (een aquifer is een ondergrondse waterlaag) leeg te zuigen. En zo zijn er nog tal van voorbeelden.

Het water uit het Disi aquifer wordt opgepompt uit putten van 600 meter diep om Amman, de hoofdstad van Jordanië, van water te voorzien. (bron: Wikimedia Commons)

Grondwater

België is net als Saudi-Arabië en India een land dat kampt met waterstress. Dat is op het eerste zicht vreemd, want over onvoldoende regen kunnen we in dit druilerig landje niet klagen. Jaarlijks valt er 800 à 900 millimeter, wat overeenkomt met het wereldwijde gemiddelde.

Onze kwetsbaarheid vloeit voort uit drie factoren. Ten eerste hebben we geen grote rivieren in België. De Maas en Schelde hebben een klein stroomgebied. De aanvoer van water is dus beperkt. Een tweede factor is de hoge watervraag. We leven in een dichtbevolkt land met een hoge welvaart. Zowel huishoudens als landbouw en industrie verbruiken veel water. Tot slot speelt ook de grote oppervlakte aan beton en asfalt ons parten. Hierdoor vloeit het regenwater vaak  af naar de riolen, waardoor het niet kan infiltreren in de bodem. Dat maakt dat het grondwater onvoldoende wordt bijgevuld.

De watercyclus. Een groot deel van de regen verdampt, slechts 25 à 30 procent sijpelt uiteindelijke de bodem in. Het grondwater voedt de meren en rivieren. Als het grondwaterpeil daalt zullen waterlopen dus ook lager komen te staan. (Bron: Wikimedia Commons)

Het belang van grondwater is niet te onderschatten. Ongeveer 99% (!) van het vloeibare zoete water in de wereld zit onder de grond. Grondwater vormt een soort spaarpot voor de toekomst. Hoe groter deze spaarpot hoe veerkrachtiger we zijn tegen droogtes. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ondiep en diep grondwater. Het ondiepe grondwater gaat tot enkele tientallen meters diep. Elke keer als het regent wordt dit aangevuld. Niet alle regenwater sijpelt de grond in: 60% verdampt en 7% vloeit af naar de beken en riolen, ongeveer 30% infiltreert in de grond. Het grondwaterpeil varieert naargelang de seizoenen. Doordat er meer verdamping is tijdens de warme zomermaanden, staat het water dan het laagst. In de winter verdampt er veel minder en wordt het grondwater het meest aangevuld. Rond maart staat het normaal op zijn hoogste peil.

Grondwater wordt trager aangevuld door regen dan rivieren en beken. Dit geldt bij uitstek voor de diepere grondwaterniveaus. Tussen de ondiepe en het diepe grondwater zit vaak een grondlaag opgebouwd uit klei die nauwelijks water doorlaat. Om die reden duurt het heel lang – decennia of zelfs eeuwen – vooraleer een diepe grondlaag waaruit vaak gepompt wordt weer op het oude niveau staat. Daarom is te veel diep grondwater oppompen een slecht idee. Het is vergelijkbaar met het aanboren van je spaargeld voor je dagelijkse uitgaven. Hoe langer je het blijft doen, hoe groter de kans dat je blut gaat. Dit is ook wat gebeurd is in Vlaanderen. De textielindustrie heeft in het verleden veel grondwater opgepompt zodat de waterspaarpot is gekrompen. Nu moeten we hem terug opbouwen.

De bodem is opgebouwd uit verschillende lagen. In de bovenste laag, de onverzadigde zone, bevindt zicht het zogenaamde ‘hangwater’. Het blijft hangen zodat bomen en planten het kunnen opzuigen. Daaronder zit een freatische waterlaag of aquifer. Onder de aquifer zitten vaak aquitards, dit zijn grondlagen die moeilijker water doorlaten, zoals een kleilaag bijvoorbeeld.

Infiltreren, wie zijn best doet zal het leren

Gelukkig zijn er veel manieren om dat te doen. De eerste manier is om kraanwatergebruik te beperken. Dat kan door een regenwaterput aan te leggen en het water te gebruiken om het toilet door te spoelen, kleren te wassen en de planten te bewateren. Hoe minder kraanwater huishoudens verbruiken hoe minder water drinkwaterbedrijven moeten oppompen uit de diepere grondlagen.

De overheid kan ook waterbuffers creëren in de vorm van spaarbekkens. Als er veel regen valt vullen deze bekkens zich op en blijft het water staan. Later kan het dan weer gebruikt worden door landbouwers om hun land te bevloeien. Een nadeel aan deze spaarbekkens is dat ze meestal ver van de boerderijen liggen, met als gevolg dat de boer veel geld verliest doordat het water met vrachtwagens getransporteerd moet worden. Als boeren hun waterreserves dichtbij willen hebben, is het beter om waterbassins of regenwaterputten aan te leggen. Zo hoeven ze veel minder water op te pompen uit beken, kanalen of rivieren.

Een derde strategie om infiltratie van regenwater te bevorderen is ‘ontharding’: het zoveel mogelijk vermijden van beton en asfalt. Het ontharden van voortuinen – bijvoorbeeld door de tegels te verwijderen – levert niet alleen infiltratie op, maar ook nog andere voordelen: minder hittestress, meer biodiversiteit en een mooier straatbeeld. Professor hydrologie Patrick Willems (KUL) spreekt over een win-win-win-win-maatregel.  Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir overweegt daarom om het volledig betegelen van opritten te verbieden. Het nadeel aan ontharden is dat het doorgaans een traag en duur proces is, dus we moeten ook op andere paarden wedden.

We moeten dus op zoek gaan naar snellere manieren om water te doen infiltreren. Een van die manieren is een zogenaamde ‘wadi’. Dit is een strook gras met een soort kom in waar water in kan staan. Eerst worden de straten en daken van huizen afgekoppeld van de riolering. Vervolgens wordt het regenwater op de daken en op straat naar de wadi afgevoerd waar het kan infiltreren in de bodem. Onder het gras zit een zogenaamde ‘grindkoffer’. Grind laat zeer goed water door omdat er veel poriën tussen de grindkorrels zitten waar het water tussen kan lopen. Zo verloopt de infiltratie in de bodem dus optimaal.

Een nog eenvoudigere maatregel is het aanleggen van een infiltratiekom in de tuin. Dit is een lager gelegen gedeelte van de tuin met gras en planten waar je het overtollige regenwater via een pijp naartoe kan sturen.

Al deze oplossingen kunnen de waterschaarste in Vlaanderen op een effectieve manier tegengaan. Dat is ook het doel van de Blue Deal van Vlaams minister van Leefmilieu Zuhal Demir. Een goed waterbeheer is een mooi voorbeeld van iets dat we tous ensemble moeten doen. Je hebt burgers, landbouwers en bedrijfsleiders nodig die snappen hoe kostbaar water is, maar ook politici die doortastend beleid voeren. Als we ervoor zorgen dat de spaarbank onder onze voeten zoveel mogelijk wordt aangevuld, zijn we in de toekomst veel sterker gewapend tegen een warmere planeet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *