Boekbespreking: 'How Democracies Die' van Steven Levitsky en Daniel Ziblatt

De politieke wetenschappers Daniel Ziblatt en Steven Levitsky tonen in dit boek overtuigend aan dat veel westerse democratieën onder druk staan door de opkomst van autoritaire populisten. Ze leggen de strategieën bloot waarmee deze illiberale politici democratieën proberen te ontmantelen (en daar vaak ook in slagen).

Beide auteurs zijn professor aan Harvard. Ziblatts specialisatie is de geschiedenis van West-Europese democratieën sinds de negentiende eeuw. Levitsky heeft veel onderzoek gedaan rond Latijns-Amerikaanse regimes. Ze besloten samen een boek te schrijven omdat ze steeds vaker een déja-vu-gevoel kregen. Ze zagen in de V.S. parallellen opduiken met de regimes waar de democratie was aangetast: politieke partijen die democratische normen met de voeten traden, een president die de pers aanviel, die de geldigheid van de verkiezingen in vraag stelde en zijn politieke tegenstander als een crimineel (‘Crooked Hillary’, ‘Lock her up!’) afschilderde. We hebben het uiteraard over… Donald Trump.

De Amerikaanse democratie vormt het grootste zorgenkind van de westerse democratieën. Op het eerste zicht is dit vreemd: de V.S. is een welvarend land, heeft een grote middenklasse en een sterke, liberale grondwet met veel ‘checks and balances’. Al deze ingrediënten staan normaal garant voor politieke stabiliteit. Hoe is het dan mogelijk dat een autoritaire populist als Donald Trump toch verkozen is geworden?

Om op die vraag te antwoorden gaan Levitsky en Ziblatt te rade bij het verleden. Ze gaan na hoe de democratie in landen als Venezuela, Peru, Hongarije, Polen, Turkije en de Filipijnen de nek omgewrongen werd.

In al die landen kwam er een charismatische, populistische figuur aan de macht doordat kiezers zeer misnoegd waren over het politieke establishment.

Aanvankelijk leken nieuwe leiders zoals Orban, Erdogan en Chavez de democratie te willen respecteren. Ze profileerden zichzelf als de stem van het volk. Maar na verloop van tijd kwamen hun autoritaire tendensen steeds sterker naar boven. Ze verloren hun geduld met de compromissen, procedures en overleggen die eigen zijn aan het democratisch spel.

Het ontmantelen van de democratie gebeurt geleidelijk, stap voor stap, zodat burgers niet direct doorhebben wat er aan het gebeuren is.

De eerste stap is dat de autoritaire leider zijn vizier richt op de oppositie en de kritische pers. Hij zorgt ervoor dat oppositieleden worden aangeklaagd voor belastingontduiking of verduistering. Media die te kritisch zijn voor de leider en de regering krijgen megaboetes aangesmeerd wegens smaad. Vervolgens worden er zoveel mogelijk rechters benoemd die loyaal zijn aan het regime (“packing the courts”). Op die manier worden de scheidsrechters van de democratie één voor één ingelijfd (“capturing the referees”) en onschadelijk gemaakt.

De volgende stap is om de spelregels te veranderen. De leider kan een referendum instellen om de grondwet te veranderen. Daarna worden de presidentstermijnen afgeschaft zodat hij permanent aan de macht kan blijven. Tot slot worden de verkiezingsregels in het voordeel omgebogen van de president en zijn partij (bvb. door kiesdistricten te hertekenen). Het politieke speelveld is dan zodanig gekanteld dat de oppositie – of wat er nog van overblijft – volledig ontmoedigd raakt.

Hoe kunnen democratieën voorkomen dat ze ten prooi vallen aan autoritaire, populistische leiders? Volgens Ziblatt en Levitsky vervullen politieke partijen een cruciale rol: zij zijn de poortwachters van de democratie.

Het partij-establishment kan voorkomen dat een politieke outsider met extreme ideeën zich kandidaat stelt. Als partijen hun rol van poortwachter niet of onvoldoende vervullen, kunnen zulke outsiders toch hun kans schoon zien. Als ze populariteit verwerven bij de gewone bevolking, komt de democratie in gevaarlijk vaarwater terecht.

Dit zagen we in de V.S. in 2016: de Republikeinse Partij (GOP) kon niet verhinderen dat Trump genomineerd werd als presidentskandidaat. Hoe is dit kunnen gebeuren?

Daarvoor moeten we terugspoelen naar de jaren 70. Zowel de Democraten als de Republikeinen besloten toen om de presidentsrace open te gooien via voorverkiezingen (primaries) waar in principe iedereen met voldoende campagnefondsen aan kon deelnemen. Dit had als gevolg dat populistische kandidaten niet langer het fiat van het partij-establishment nodig hadden. Het enige wat ze nodig hadden was veel stemmen binnenhalen tijdens de primaries. Dit is exact wat er gebeurde in 2016 met Trump. Hoewel veel prominente Republikeinen een hekel hadden aan Trump konden ze niet verhinderen dat hij de primaries won.

Uiteindelijk besloot de Republikeinse Partij zich toch achter hem te scharen. Dit was een noodlottige vergissing, aldus Ziblatt en Levitsky. Ze hadden het belang van de democratie en de natie boven het partijbelang moeten stellen. Het was tijdens de presidentscampagne van 2016 reeds duidelijk dat Trump de democratie zou ondermijnen als hij aan de macht zou komen. In zo’n situatie is er nog een laatste noodrem die de partij kan gebruiken: een eenheidsfront vormen. Ze kan zich verenigen met haar politieke tegenstanders in een grote coalitie tegen de populistische kandidaat. Dit heeft slechts één doel: het beschermen van de democratie. De partij stelt zo het belang van het land boven het belang van de partij. Republikeinen hadden dus kunnen oproepen om voor Hillary Clinton te stemmen. Slechts een handvol onder hen deden dit en dan nog enkel Republikeinen die weinig invloed hadden.

Door de extreme polarisatie in de V.S. besloten de Republikeinen om de noodrem niet te gebruiken. Het partijlandschap was zodanig gepolariseerd dat de Republikeinen nog liever een gevaarlijk en incompetente figuur als Trump president lieten worden dan op te roepen om voor de Democratische presidentskandidate te stemmen. Die polarisatie is een proces dat al decennia aan de gang is. De Republikein Newt Gingrich was in de jaren 80 bezig met het radicaliseren van zijn partij. Ook de opkomst van zeer partijdige zenders als Fox en MSNBC wakkerde de animositeit verder aan. De kloof tussen Democraten en Republikeinen is sindsdien alsmaar dieper geworden. Veel kiezers hebben zich een sterke politieke identiteit aangemeten, die vaak vastgehaakt is aan hun andere identiteiten. Republikeinse en Democratische kiezers verschillen dus niet alleen qua politieke voorkeur, maar vaak ook qua religie/levensbeschouwing, qua ras, qua waarden en een andere levensstijl.

De Amerikaanse democratie is niet alleen dysfunctioneel omwille van de politieke en culturele polarisatie. Levitsky en Ziblatt stellen dat een goed ontworpen grondwet niet voldoende is om een democratie te laten functioneren. Er zijn ook ongeschreven democratische normen nodig. De twee belangrijkste normen zijn: wederzijdse tolerantie en institutionele terughoudendheid. Tolerantie houdt in dat politieke partijen elkaar als legitieme tegenstanders zien, niet als vijanden. Ondanks de diepe meningsverschillen, zal de ene partij de andere niet demoniseren. Beiden gaan ervan uit dat de rivaliserende partij ook van het land houdt en de grondwet zal respecteren. Het is duidelijk dat Republikeinen deze norm ondertussen met de voeten treden. Veel Republikeinen stellen dat ‘de Democraten het land willen vernietigen’.

De tweede ongeschreven norm is terughoudendheid. De partij die aan de macht is, mag niet alle middelen inzetten om de andere partij te saboteren. Opnieuw hebben Republikeinen deze regel al vaak geschonden. Zo verhinderde de Republikeins gekleurde Senaat in 2016 dat Obama in zijn laatste jaar als president een nieuwe rechter kon benoemen in het Hooggerechtshof. Daardoor bleef de positie gedurende een jaar vacant, iets wat nooit gezien was in de geschiedenis van de Amerikaanse politiek.

‘How Democracies Die’ maakt duidelijk dat ook een oude, sterke democratie als de V.S. in staat is om af te glijden. Dat is een schokkende vaststelling. Daaruit kunnen we besluiten dat andere westerse democratieën, inclusief de onze, mogelijk kwetsbaarder zijn dan we denken.

De erosie van de democratie gaat vaak traag en ongemerkt. Daarom is het essentieel dat politici en burgers alert genoeg zijn, zodat ze alarmsignalen op tijd kunnen opvangen en (hopelijk) ingrijpen voor het te laat is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *