Het klimaatbeleid met het meeste potentieel wordt het meest verwaarloosd – David Roberts (Vox)

Afbeeldingsresultaat voor climate innovation
Volgens de klimaatwetenschappers van het IPCC moet de wereld halfweg de 21ste eeuw volledig overgegaan zijn op schone energie. Dit is de reden waarom miljoenen kinderen en volwassenen de voorbije maanden op straat kwamen als onderdeel van een wereldwijd klimaatprotest.
De energietransitie is volop aan de gang, maar er blijft nog altijd een huizenhoge uitdaging. Die uitdaging vereist onderzoek en ontwikkeling, vooral in koolstofintensieve industrieën zoals beton- en staalproductie. Die opdracht blijft vandaag onderbelicht in het publieke debat.
David Roberts - VOX-artikel - CO2-mitigatiecurves
Jarenlang zaten degenen die om meer innovatie riepen in het klimaatdebat in een zinloze strijd verwikkeld met degenen die riepen om meer uitbouw van bestaande koolstofarme energie. De ‘uitbouw-groep’ beschuldigde ‘de innovatie-groep’ dat ze klimaatactie vertraagden door twijfels op te werpen over de huidige technologieën en beleidsmaatregelen.
Ik geloof, of hoop tenminste, dat dit absurde gevecht achter de rug is. De grote urgentie van het klimaatprobleem en de omvang van de opdracht die voor ons ligt, maken het duidelijk: we hebben zowel uitbouw van bestaande technologieën als innovatie nodig. Veel meer van beide! We doen lang niet zoveel als we zouden moeten doen.
Als we die verzoening kunnen bereiken, denk ik dat het tijd is voor fans van uitbouw (‘deployment’) – de groep waar ik mezelf bij reken – om een ​​frisse blik te werpen op het argument voor innovatie, zonder in een defensieve kramp te schieten.
Ik geraakte overtuigd dankzij een nieuw rapport uitgegeven door Let’s Fund. Deze organisatie past de principes van “effectief altruïsme” toe om donorgeld naar de meest werkzame goede doelen te leiden. De groep heeft klimaatverandering onder de loep genomen en kwam tot een tamelijk straffe conclusie: de beste manier om donorgeld te besteden is klimaatinnovatie. Meer in het bijzonder raadt de groep aan om te doneren aan het Clean Energy Innovation-programma te steunen bij de Information Technology and Innovation Foundation (ITIF), een Amerikaanse denktank.
Om een lang verhaal kort te maken, Let’s Fund heeft het klimaatbeleid beoordeeld op drie maatstaven: belang, verwaarlozing en oplosbaarheid. Het laatste criterium draait om de vraag hoeveel politieke inspanningen nodig zijn om een bepaald doel te bereiken.
De overheidsuitgaven voor schone energie-O&O kwamen er als winnaar uit:
Let's Fund - rangorde van meest beloftevolle klimaatmaatregelen - investeren in R en D staat bovenaan
Het spreekt voor zich dat (zoals de onderzoekers ook toegeven) maatstaven als deze allerlei waardeoordelen inhouden, vooral over politieke economie.  Maar ik ga me enkel richten op het kernargument van Let’s Fund voor overheidsuitgaven voor schone energie-O&O, omdat het zonder twijfel een onderbelichte en belangrijke oplossing is.

De reden voor publieke R&D voor schone energie

Het argument van Let’s Fund voor publieke R&D bestaat uit vier delen.
1) De reductie van CO2-uitstoot in opkomende economieën is het belangrijkst.
Tegen 2040 zal 75 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen afkomstig zijn van opkomende economieën zoals China en India. Het is begrijpelijk en nobel dat rijke geavanceerde economieën hun eigen uitstoot willen verminderen, en dat moeten ze blijven doen, maar als de uitstoot niet daalt in de groeilanden is alles verloren. Rijke, westerse landen zouden morgen hun uitstoot tot nul kunnen herleiden en alles zou nog steeds verloren zijn.
2) Dus “het beste klimaatbeleid is het beleid dat innovatie op het gebied van schone energie stimuleert”.
Hoe kunnen rijke economieën opkomende economieën ertoe bewegen om schone energie te gebruiken bij hun economische ontwikkeling? Het opleggen van beperkingen op economische groei door internationale instellingen is gedoemd te mislukken. Het enige dat zou kunnen werken, is schone energie goedkoop maken en deze vervolgens delen met groeilanden (hiervoor gebruikt men de term “technologische spillover”). Goedkopere technologie om schone energie te produceren is een wereldwijd publiek goed en geavanceerde economieën zijn zowel moreel verplicht als economisch goed gepositioneerd om ze te leveren.
3) Publieke R&D creëert de meeste ‘spillover’
“Veel klimaatbeleid stimuleert innovatie op het gebied van schone energie en creëert ‘technologische spillovers’ over de hele wereld (bijv. CO2-belastingen, subsidies voor hernieuwbare energie, afschaffing van subsidies voor fossiele brandstoffen)”, zegt het rapport. “Maar het meest effectieve beleid is het verhogen van overheidsbudgetten voor onderzoek en ontwikkeling van schone energie (R&D).”
4) Publieke R&D wordt jammerlijk verwaarloosd, maar is politiek zeer haalbaar
Wereldwijd wordt slechts 22 miljard dollar besteed aan R&D op het gebied van schone energie. Dat is een schijntje – een druppel in de emmer van de 600 miljard dollar aan jaarlijkse militaire uitgaven die alleen de VS al uitgeven.
En vrijwel elke geavanceerde economie zou zijn R&D-budget op eigen initiatief aanzienlijk kunnen verhogen. Daarom denken onderzoekers dat het politiek zeer haalbaar is. Het vereist immers geen verregaande internationale samenwerking. Ieder land kan er gewoon direct mee beginnen.
De onderzoekers merken op dat een land als Duitsland zijn CO2-uitstoot volledig zou kunnen elimineren, zonder dat de wereldwijde emissies procentueel veel zouden dalen.  Duitsland zou echter voor een fractie van de kosten haar R&D-budget voor schone energie kunnen verdubbelen en daardoor veel meer innovatie stimuleren. Dit zou een veel grotere impact kunnen hebben.

Iedereen houdt van schone energie R&D, niemand doet het

Mission Innovation werd in 2015 met veel enthousiasme gelanceerd. Dit was een internationale inspanning om R&D op het gebied van schone energie te coördineren en te versnellen. Tot nu toe hebben 24 landen en de Europese Commissie toegezegd hun R&D-uitgaven te verdubbelen. Er zitten echter maar weinig landen op schema. Het lijkt erop dat ze gemiddeld met 50 procent zullen stijgen.
David Roberts - VOX-artikel - investering in clean energy R en DDe baseline R&D-uitgaven voor schone energie van geselecteerde landen, vergeleken met hun vorderingen bij de belofte om deze te verdubbelen.
Dit is altijd het vreemde geweest aan ‘schone energie’-innovatie. Zoals het rapport zegt, vereist dit innovatiebeleid “geen verregaande internationale samenwerking (…) en kan het grote wereldwijde ‘spillovers’ hebben.” Innovatie is misschien het enige klimaatbeleid waarover vrijwel iedereen het eens is over gans het ideologische spectrum.
Maar ondanks het feit dat bijna iedereen het ermee eens is, doet bijna niemand het echt, althans niet op de schaal die nodig. Innovatie wordt al jaren te weinig gefinancierd door de overheid, hoewel het al decennialang duidelijk is dat schone energie van vitaal belang is voor een veilige menselijke toekomst.
Ik denk niet dat iemand een volledige en adequate verklaring heeft waarom dat zo is. Er is natuurlijk het free rider-probleem – uiteindelijk profiteert iedereen van R&D, ongeacht wie het betaalt – maar free rider-problemen zijn er in overvloed in het klimaatbeleid, en R&D lijkt als enige over het hoofd te worden gezien.
Het rapport citeert ook een psychologische bias als een van de boosdoeners: “Het rechtstreeks zelf uitstoten van koolstof wordt gezien als moreel slechter dan geen actie ondernemen om de door anderen veroorzaakte emissies te verminderen – hoewel de gevolgen hetzelfde zijn.”
Moreel gezien is het voorkomen van één ton CO2-uitstoot equivalent aan elke andere, ongeacht waar deze zich bevindt. Als we ook rekening houden met lokale vervuiling en maatschappelijke schade is het voorkomen van een ton CO2 in groeilanden meer waard, omdat dit waarschijnlijk meer lijden voorkomt. De uitstoot van CO2 gaat in deze landen vaker gepaard met de uitstoot van andere schadelijke gassen, die zorgen voor luchtvervuiling en gezondheidsproblemen.
Beide argumenten tonen dat zoveel mogelijk landen hun investering in onderzoek naar koolstofarme technologie moeten opvoeren, om de wereldwijde uitstoot op grote schaal te verminderen. Om een ​​wereldwijd probleem aan te pakken, moet elke echte Green New Deal een wereldwijde focus hebben. En schone energie goedkoper en meer beschikbaar maken is een ding dat elk rijk land kan doen om een ​​wereldwijde impact te hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *