De Chinese muur brokkelt af: de opmars van radicaalrechts

van grieken en de wever
Op zijn blog en in het NRC wijdt Maarten Boudry een opiniestuk aan de recente grote verkiezingsoverwinning van Vlaams Belang. Hij buigt zich over de vraag hoe we zwarte zondagen in de toekomst kunnen vermijden.
Eén manier is alvast niet de juiste, aldus Boudry: de migratieproblematiek doodzwijgen om Vlaams Belang de wind uit de zeilen te halen.
Het risico dat de migratieproblematiek zal worden doodgezwegen is echter zeer klein. Het thema staat sinds de asielcrisis van 2015 (en eigenlijk ook al daarvoor) in het centrum van de politieke aandacht.
Het zou nochtans beter zijn mocht het thema minder aandacht opzuigen. Als migratie overdreven vaak aan bod komt, blijft er minder bandbreedte over voor andere belangrijke beleidsthema’s. Zo zijn er hervormingen nodig op vlak van belastingen, mobiliteit (files), ruimtelijke ordening (betonstop), pensioenen, sociale zekerheid, onderwijs, bosbeleid, enzovoort. België staat er sowieso niet om bekend die openstaande werven tijdig aan te pakken, zoals Herman Matthijs in Knack schrijft. Misschien voelt de politiek de hete adem van de kiezer daar veel minder dan bij migratie. Een regering zal doorgaans harder afgestraft worden als haar migratiebeleid gebrekkig is (of die indruk ontstaat) dan wanneer ze faalt op andere beleidsvlakken.
Hoe dan ook is te veel aandacht voor één beleidsdomein geen goede zaak voor de democratische controle. Het zou goed zijn mochten zowel de media als kiezers zich daar bewuster van worden.

Wat drijft de VB-kiezers?

Boudry meent dat de VB-kiezer terug te winnen is door hun motieven beter te begrijpen. Maar die motieven kennen we eigenlijk al lang.
Ten eerste vinden radicaalrechtse kiezers migratie en islam duidelijk het allerbelangrijkste issue. Nochtans stonden beide thema’s niet centraal tijdens de voorbije verkiezingscampagne. Dit wijst er volgens mij op dat deze kiezers weinig beïnvloed worden door de debatten in de reguliere media. Hun keuze in het stemhokje werd meer bepaald door de sterke sociale mediacampagne van het Vlaams Belang en de negatieve nieuwsberichten over migranten of moslims. Die preoccupatie met migratie en islam kan door de komst van sociale media en de 24/7 nieuwscyclus dagelijks gevoed worden. Er zal altijd wel ergens een migrant zijn die criminele feiten heeft gepleegd of een imam die vrouwonvriendelijke praat verkoopt. Die nieuwsitems hebben sowieso een hogere ‘plakfactor’ dan saaie politieke discussies over de begroting of de taxshift.
 
Door de beschikbaarheidsheuristiek (of availability bias) herinneren mensen zich het gemakkelijkst recente en negatieve gebeurtenissen, zeker als die hevige morele verontwaardiging oproepen.
Neem bijvoorbeeld de toestand in het Brussel Noord-Station, een gebeurtenis waar veel Vlaams Belang-kiezers het over hadden in interviews. Dit ging over Afrikaanse transmigranten, die door de autochtone bevolking quasi automatisch tot de ‘out-group’ worden gerekend. Op de journaalbeelden zag je Afrikaanse jonge mannen die in sjofele kleren op de grond sliepen. De buspendelaars kloegen over een ‘penetrante geur van urine’ en er waren geruchten dat er ziekten waren uitgebroken. Al deze factoren prikkelen sterk de ‘morele smaakpapillen’ (Jonathan Haidt) van rechts-conservatieve kiezers. Zij zijn extra gevoelig voor respect voor autoriteit, groepsloyaliteit en het verlangen naar zuiverheid. De berichtgeving over het Noord-Station leidt bij hen tot een gevoel dat de orde bedreigd wordt door ‘vreemde indringers die onze stations smerig en onveilig maken’. De fysieke afkeer die de urine en het vuil oproept zal bij sommigen ook omslaan in morele afkeer.

migranten in brussel noordMigranten in Brussel-Noordstation

Ten tweede is Vlaams Belang al 30 jaar bedreven in het creëren van een sterke cocktail die de radicaalrechtse kiezer bevalt. Die cocktail bevat in essentie drie ingrediënten: angst, woede en hoop. Kiezers zijn bang dat er een ‘tsunami aan migranten’ op hen afkomt, dat hun buurt zal verkleuren of dat ‘moslims de boel hier zullen overnemen’. Vervolgens worden er zondebokken gezocht: “De politieke elite heeft het volk verraden. Ze geven nog liever uitkeringen aan asielzoekers en migranten dan de pensioenen van de ‘eigen mensen’ te verhogen.” Toch is er ondanks alles hoop: “Tom Van Grieken, onze nieuwe jonge leider, biedt een uitweg. Hij zal voor een migratiestop pleiten en voor een minimumpensioen van 1500 euro zorgen.”
 
vlaams belang tom van grieken
Uiteraard zullen andere partijen eveneens beroep doen op emoties als angst, hoop of verontwaardiging. Maar zij doen dit met minder scherpe bewoordingen en framing. De ‘migratiecocktail’ van radicaalrechts smaakt sowieso straffer dan de drankjes die andere partijen serveren. Daarom hebben radicaalrechtse partijen altijd een streepje voor op de rest. Ze worden bovendien geholpen door de populistische tijdsgeest. Eens kiezers een band opbouwen met zo’n partij zullen ze het populistisch wereldbeeld steeds meer als vanzelfsprekend zien. Daardoor zullen ze de ‘mainstream media’ en de politieke elite nog dieper wantrouwen. Omwille van al die redenen is het zeer moeilijk om radicaalrechtse kiezers hun bezorgdheden weg te nemen en hen terug naar het centrum te lokken.
 

Radicaalrechts klein krijgen

Toch is er volgens Boudry een manier voor niet-extreme partijen om migratiekritische burgers voor zich te winnen. Ze moeten zelf ‘een sterk verhaal ontwikkelen dat de wijdverspreide angsten en bezorgdheden wegneemt over migratie en islam’. Uit zijn betoog blijkt impliciet dat hij vindt dat N-VA daar (min of meer) in slaagt. Volgens Boudry was de beslissing van N-VA om van het Migratiepact een breekpunt te maken strategisch verstandig, of op zijn minst noodzakelijk. Mocht N-VA dit niet gedaan hebben, hadden ze meer stemmen verloren aan extreemrechts, aldus Boudry.
Hier betreden we natuurlijk speculatief terrein, maar het was in ieder geval wel zo dat N-VA opgejaagd werd door het Vlaams Belang. Normaal zou de N-VA het Migratiepact gewoon getekend hebben, aangezien ze er al twee jaar aan had meegewerkt en er hoogstens enkele amendementen bij had gemaakt. Door de hete adem van het VB besloot N-VA echter een scherpe bocht te nemen en uiteindelijk de regering over het pact te laten vallen. De kiezer die toen zweefde tussen N-VA en VB zal waarschijnlijk VB als morele overwinnaar gezien hebben. Zonder hun druk had de N-VA zich immers gewoon achter het Migratiepact geschaard.
 
Los van de deze episode is het aannemelijk dat N-VA (ook) op andere manieren het pad geëffend heeft voor het succes van Vlaams Belang. De partij heeft onmiskenbaar bijgedragen aan de radicalisering van het politieke landschap. De opvallendste voorbeelden hiervan zijn de beruchte tweets van Theo Francken. Boudry spreekt hier eufemistisch van ‘stoere taal’, maar het discours van Francken is wel degelijk rechtspopulistisch. Iets waar onder andere Joël De Ceulaer al vaak de vinger op legde. Ook zijn beleid getuigde regelmatig van hardvochtigheid. Hij weigerde meer dan 50 asieldossiers per dag te verwerken, sloot deals met Afrikaanse dictators om migranten tegen te houden en liet de toestand in het Maximiliaanpark en het Noordstation verkommeren.
Francken creëerde over de jaren heen een grote achterban via zijn Twitter- en Facebookpagina. Die echokamer zorgde voor groepspolarisatie: mensen die zich onder gelijkgezinden bevinden zullen radicalere standpunten innemen dan wanneer ze alleen zijn. Die radicalisering van zijn eigen achterban keerde zich uiteindelijk tegen Francken. Vlaams Belang verleidde zijn kiezers immers met een sterkere cocktail. Enkele barsten in zijn asielbeleid – zoals de affaire Kucam – waren voldoende voor ongeveer 5% van de N-VA kiezers om (terug) onderdak te zoeken bij extreemrechts.
Being theo malkovich
Francken mag er dan in geslaagd zijn met zijn rechtspopulistisch discours een groot deel van de N-VA-kiezers te behouden, het gevolg is wel dat het klimaat rond migratie en integratie is verzuurd. Dit is opmerkelijk gezien de sterke vermindering van de migratiestromen uit Afrika en het Midden-Oosten.
Hoewel andere politici vaak kritiek uitten op Francken, namen ze zijn framing vaak over. Uit een onderzoek van de KUL en de UGent blijkt dat politici in België migranten in de brede zin meestal framen als ‘indringers’. Dit fenomeen voltrekt zich in zowat alle Europese landen. De politieke elite in Europa heeft het radicaalrechtse migratiediscours grotendeels overgenomen, zo stelt de populisme-expert Cas Mudde. Zo halen de extreme partijen hun slag indirect binnen: de meer ‘gematigde’ partijen voeren langzaam maar zeker hun programma uit. Een heleboel zaken uit het 70-puntenplan van het VB zijn reeds uitgevoerd zonder dat VB ooit in een regering zat.
 

Het Deense voorbeeld

mette frederiksen deense sociaaldemocraten
Mette Frederiksen, de leidster van de Deense Sociaaldemocraten
 
Boudry haalt een ander voorbeeld aan om zijn these te ondersteunen dat radicaalrechts kan krimpen als andere partijen met een ‘sterk verhaal’ komen. De Sociaaldemocraten in Denemarken ‘wonnen’ vorig weekend de verkiezingen, of beter gezegd: ze boekten een winst van 1% en kwamen uit op 26%. Onder leiding van Mette Frederiksen vond er een zogenaamde ‘paradigmawissel’ plaats: de Deense regering wilde niet langer streven naar integratie van vluchtelingen, maar naar repatriëring. Er kwamen ook plannen om een gevangeniseiland te creëren voor ‘criminele asielzoekers’.
Uit een nauwkeuriger onderzoek van de stembewegingen bleek dat een hard migratiebeleid niet per se een gouden formule is om extreemrechts klein te krijgen. De radicaalrechtse Deense Volkspartij (DF) verloor de meeste van haar stemmen aan de rechtsliberalen.  ‘Slechts’ 12% (=ongeveer 1.5% van het absolute stemmenaantal) van hun kiezers trok richting de Sociaaldemocraten. Anderzijds verloren de Sociaaldemocraten stemmen aan andere linkse partijen, vermoedelijk door hun harde migratielijn. Netto gezien stegen ze 1% (wat dan gezien werd als een ‘verkiezingsoverwinning’).
Wat was dan de verklaring voor het zware verlies van de Deense Volkspartij? Verschillende factoren speelden mee. Zo namen een aantal kiezers het de DF kwalijk dat ze niet in de regering waren gestapt, maar zich comfortabel hadden genesteld in de oppositie. Er was ook een versplintering van (radicaal)rechts ontstaan in Denemarken. De DF kreeg dus meer concurrentie. Tot slot was de agenda van de verkiezingen deze keer anders: die draaide meer om het klimaat en minder om migratie. Radicaalrechts bleek dus vooral haar eigen grootste vijand te zijn.
 
Ethische keuze
De situatie in Denemarken vormt dus geen bewijs dat Boudry’s voorgestelde strategie werkt. Voorlopig is er nog geen gouden formule gevonden om radicaalrechts te fnuiken. Uiteindelijk komt de discussie over radicaalrechts neer op een ethische vraag: moeten we vluchtelingen en migranten als tweede-of derderangsburgers gaan behandelen om radicaalrechtse populisten de wind uit de zeilen te nemen? Wat hebben we dan finaal gewonnen? Als democratische partijen de mensenrechten écht omarmen, laten ze zich niet langer intimideren door radicaalrechts. Ze hoeven zich niet te schamen wanneer ze wijzen op de zegeningen  van een diverse en tolerante samenleving.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *