Waarom pessimisme zo hardnekkig is

Elke waarheid doorloopt 3 stadia. Eerst wordt ze belachelijk gemaakt. Dan wordt ze hevig bestreden. Tenslotte wordt ze vanzelfsprekend aangenomen.Arthur Schopenhauer

Het gaat pakken beter met de wereld dan vroeger[1]. En het einde is nog lang niet in zicht: het kan nog veel beter. Het optimistische ‘evangelie’ heeft intussen veel mondige verdedigers: Steven Pinker, Johan Norberg, wijlen Hans Rosling, en in onze contreien, Maarten Boudry en Rutger Bregman drukken op het feit dat ‘de goede oude tijd’ vooral de tijd was waarin onze voorouders het zo slecht hadden.

De vraag is nu hoe de publieke opinie met deze feiten zal omgaan. Het is voor veel mensen erg contra-intuïtief dat er zoveel vooruitgang is geboekt. Die verbeteringen situeren zich zeker niet alleen op technologisch, medisch en wetenschappelijk vlak. Eén van de opmerkelijke zaken is ook dat het gros van de landen democratischer, gelukkiger, vreedzamer en toleranter is geworden. Die tweede soort vooruitgang is erg relevant voor ons mensbeeld.

Hoe we naar onze medemens kijken doet ertoe. Er zijn goede redenen om aan te nemen dat een positieve of negatieve kijk op anderen een soort self-fulfilling prophecy is. Als de standaardhouding van mensen is dat ‘de meeste mensen betrouwbaar zijn’ dan zullen ze doorgaans sneller en vlotter kunnen samenwerken, dan wanneer dat niet het geval is. Als een optimistischere mensvisie wijdverspreider zou zijn dan nu, zou het maatschappelijk vertrouwen of ‘sociaal kapitaal’ verhogen. Dit zou op zijn beurt allerlei positieve effecten hebben op de democratie, de economie en het algemeen geluksniveau.

Helaas zijn er een aantal hinderpalen om dit brede bewustzijn te kunnen bereiken. Mensen zijn van nature eerder pessimistisch ingesteld, zowel over hun medemens als over hun omgeving. Dit had zijn functie in onze evolutionaire voorgeschiedenis. Ons brein moest scherp afgesteld zijn om gevaarlijke roofdieren, voedselschaarste en bedriegers snel genoeg te detecteren. Een jager-verzamelaar die er te gerust op was, kwam vroeg of laat voor onaangename verrassingen te staan, zeker in de hardvochtige wereld van de savanne. Deze beduchtheid op gevaar en onheil zit nog altijd in onze hersenen geprogrammeerd, ook al leven we in een wereld die vele malen veiliger is dan die van onze voorouders. De kans dat we vroegtijdig gedood worden door een roofdier, een simpele infectieziekte, een natuurramp of een gewelddaad is in sneltempo gedaald de voorbije eeuwen. Door onze intelligentie hebben we verpletterende overwinningen geboekt op onze natuurlijke vijanden. Onze verre voorouders zouden hierover perplex staan. Maar in evolutionaire termen is die veiligheid pas recentelijk verworven. Vandaar dat we deze ‘negativity bias’ nog steeds bezitten.

Het blijkt ook uit onderzoek dat er nog steeds sprake is van een ‘Optimism Gap’. Dit is samen te  vatten met de spreuk: ‘Met mij gaat het goed, met de wereld gaat het slecht’. Enkel in groeilanden als India, Brazilië en China zijn mensen zich meer bewust dat de tijden verbeterd zijn. Met andere woorden, Chinezen hebben het meest waarheidsgetrouwe beeld over de stand van de wereld. Voor hen was de vooruitgang de voorbije decennia –  vooral in termen van welvaart – het meest tastbaar. De ondertussen overleden Zweedse statisticus Hans Rosling toonde in zijn veelbekeken filmpjes hoe de meeste mensen slechter scoren dan chimpansees – slechter dan puur gokken dus – wanneer ze bevraagd worden over basisfeiten in de wereld. De meeste mensen onderschatten systematisch de daling van extreme armoede of het wereldwijde percentage van meisjes dat naar het middelbaar gaat. (Hier kan je zelf de quiz doen die Rosling opstelde.)

Deze ‘optimismekloof’ zou tot nadenken moeten stemmen. Het feit dat de meeste mensen de bal totaal misslaan over de huidige toestand van de wereld zou je normaal niet verwachten in het ‘informatietijdperk’, maar toch is het zo. Iemand zou kunnen opwerpen: ‘So what? Wat maakt het uit dat mensen niet goed weten hoe de wereld eraan toe is?’

Het maakt heel veel uit. Burgers, experts en politici doen beroep op hun algemene wereldbeeld als ze naar de stembus trekken of beleidsbeslissingen nemen. Als zij een inaccuraat beeld in hun hoofd hebben, leidt dit haast onvermijdelijk tot verkeerde beslissingen.  Vergelijk het met een dokter die onterecht denkt dat zijn patiënt doodziek is. Zo’n dokter zal veel schade kunnen aanrichten met zijn drastische ingrepen. Er is dus een Copernicaanse omwenteling nodig in de hoofden van veel mensen: er zou een omschakeling moeten komen van standaardpessimisme naar rationeel optimisme.

Lokaal optimisme-globaal pessimisme
De Britten zijn een pak positiever over de toestand van hun wijk of gemeente dan over de toestand van het land in zijn geheel. Als we de individuele meningen over de lokale toestand en die over de nationale toestand optellen en daarna vergelijken, zien we bijgevolg dat ze inconsistent zijn. Met andere woorden ze kunnen niet beide waar zijn. Het valt echter te verwachten dat mensen een meer accurate kennis hebben over hun lokale omgeving dan over het land in zijn geheel.

Maar deze collectieve change of mind is niet vanzelfsprekend.

Zowel klassieke media als sociale media voeden deze sombere kijk. Nieuwsmedia drijven op slecht nieuws: crises, schandalen en verontwaardiging. Goed nieuws is geen nieuws. De stammenoorlogen op sociale media intensiveren deze ‘slecht nieuws’-show nog.De dagelijke berichtgeving blijft bovendien blind voor positieve trends omdat die te traag gaan en moeilijker te detecteren zijn. Er is nog nooit krantenkop geweest die luidde: “De geletterdheid in Oeganda is de voorbije week opnieuw met 0.02 procent gestegen”.

Een andere systeemfout binnen de media is dat nieuws zelden focust op oplossingen, maar veel vaker op het aanklagen van problemen en daarna de schuldigen aanwijzen. Hoopvol is wel dat kranten als de New York Times en The Guardian nu ook een aparte sectie hebben over ‘oplossingsjournalistiek’ (solutions journalism).Helaas worden zulke artikels nog te weinig gedeeld op sociale media.

Het valt dus te verwachten dat veel burgers, politici, journalisten, opiniemakers zich dit optimisme maar moeizaam zullen eigen maken. De waan van de dag houdt veel mensen bezig: de 24/7 nieuwsstroom werkt letterlijk verslavend. Daarbij komt dat journalisten en opiniemakers betaald  worden om problemen en aankomende dreigingen op te merken. Opiniemakers krijgen aanzien als ze een Cassandra-aura[2] rondom zichzelf kunnen creëren. Het publiek moet de indruk krijgen dat zij degene zijn die met hun scherpe blik de zaak doorgronden. De Cassandra van dienst ziet de dreiging duidelijk op ons afkomen, terwijl de rest geen clou heeft. De kunst is vervolgens om je voorspellingen vaag te houden en ze in te dekken met de voorwaardelijke wijs (‘Als dit zo doorgaat, dan…’ of ‘Als we niet ingrijpen, dan…’). Philip Blomm[3] en Niall Ferguson zijn hiervan de beste voorbeelden. Natuurlijk kunnen de waarschuwingen van moderne Cassandra’s (deels) terecht zijn. Mensen als Ferguson en Blom zijn erudiete denkers. Het is mogelijk dat hun ‘voorspellingen’ zullen uitkomen. Maar als commentatoren louter afgaan op hun intuïtie en niet op data of statistieken, dan is een gezond scepticisme zeker raadzaam.

cassandra
Cassandra

Zelfs heel slimme mensen kunnen er grandioos naast zitten doordat ze in een tunnelvisie vastzitten. Hun voorspellingen zijn dus niet per definitie betrouwbaar. Goed kunnen voorspellen is een vaardigheid die samenhangt met kritisch denken en statistische geletterdheid. De psycholoog Philip Tetlock heeft via heuse ‘voorspellingstoernooien’ ontdekt dat sommige mensen systematisch betere voorspellingen maken dan ‘beroepsvoorspellers’ in de media of bij de CIA. Ze konden beter voorspellen of er bijvoorbeeld een terreuraanslag of een daling van de munt zou plaatsvinden in het komende maand of niet. De voorspellingen van opiniemakers in de media daarentegen waren nauwelijks betrouwbaarder dan het opgooien van een muntje.

Ondanks onze aangeboren negativity bias, de focus van nieuwsmedia op slecht nieuws en de autoriteit die moderne Cassandra’s genieten, valt het te verwachten dat de kennis over vooruitgang zich zal verspreiden. Steeds meer mensen zullen kennismaken met de statistieken over de toegenomen levensverwachting, veiligheid en vrede, dankzij websites als Our World In Data. Hierdoor zal het idee dat de ellende in de wereld zich enkel maar opstapelt geleidelijk aan afbrokkelen.

Maar daarmee is de kous nog niet af. De vraag is hoe mensen die positieve bewegingen zullen interpreteren. Iemand kan weten dat ongeveer 80% van de wereldbevolking vandaag geletterd is, maar de kans is groot dat dit bij de meesten een ‘los weetje’ wordt. Een gemiddelde lezer zal er even een goed gevoel bij krijgen, maar er vervolgens niet dieper over nadenken. Dit is ergens logisch: de ontelbare stappen die tot die toegenomen geletterdheid hebben geleid kwamen zelden onder onze aandacht. Het is bovendien ontzettend moeilijk om ons de schaal en de snelheid voor te stellen waarmee die geletterdheid is gestegen[4]. Hoe is dit kunnen gebeuren? Hoeveel menselijke inspanning was hiervoor nodig? Welke hindernissen moesten overwonnen worden? Bovendien is kunnen lezen en schrijven voor de meeste mensen – en zeker Westerlingen – iets doodgewoons. We kunnen ons niet meer voorstellen hoe het is om analfabeet te zijn. Nochtans was negen op de tien mensen voor 1800 ongeletterd. Beeld je in dat er in je ruime familie nauwelijks 3 à 5 mensen waren die een simpel briefje konden schrijven.

Naarmate mensen kennismaken met de talrijke hoopgevende curves die je op Our World In Data vindt, dreigt de illusie dat vooruitgang een automatisch en vanzelfsprekend proces is. Dat is ze absoluut niet. De geboekte vooruitgang is te danken aan de kleine en grote inspanningen deden van ontelbare mensen. Ze waren of zijn niet enkel bekommerd om het welzijn van hun dierbare naasten, maar ook om dat van vreemden. Het personeel van de WHO dat de massale vaccinatiecampagnes tegen pokken organiseerde, had maar één doel voor ogen: zoveel mogelijk mensen redden van een vreselijke, vermijdbare ziekte.  Het zijn onzichtbare helden die zelden worden bezongen.

Afbeeldingsresultaat voor WHO vaccination

Wie enkel en alleen naar de statistieken kijkt, zal snel aan de positieve boodschappen wennen. De aandacht kan dan terugkeren naar de mogelijke doemscenario’s die op ons wachten. Dat komt niet alleen door de negativity bias, die ik al aanhaalde, maar ook door het feit dat veel mensen een negatieve of pessimistische visie hebben over de menselijke natuur. Men meent dat de beschaving een dunne vernislaag is en dat de geboekte vooruitgang in een wip kan teruggedraaid worden. De mens is immers onderhuids een wolf voor zo’n medemens, zo beweerde Hobbes. Net als de negativity bias is dit hobbesiaanse mensbeeld behoorlijk hardnekkig. Het is tijd dat we dit bestrijden of minstens nuanceren. Dit zal ik doen in het volgende deel.

[1] Voor een handig overzicht zie deze Ted-talk van Steven Pinker:  https://www.youtube.com/watch?v=yCm9Ng0bbEQ&t=1

[2] Cassandra is een figuur uit de Griekse mythologie. Ze kreeg van de goden de gave om de toekomst te voorspellen. Maar omdat ze de avances van Apollo weigerde, vervloekte hij haar: hoewel al haar voorspellingen zouden uitkomen, zou er niemand zijn die haar ooit geloofde.

[3] Vooral in zijn boek Wat op het spel staat (2017) is Blom zeer zwartgallig over de toekomst.

[4] Mensen zijn slecht in het inschatten van schaalgroottes. We hebben moeite om ons grote getallen en hoeveelheden voor te stellen, zoals blijkt uit onderzoek van de psychologen Kahneman en Tversky. Een voorbeeld: één miljoen seconden is elf dagen, één miljard seconden is ongeveer 30 jaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *