Dood aan de politiek, leve de Politiek!

politiek-debat-27934770

In ons land wordt er veel aan politiek met de kleine p gedaan.  Dit soort politiek is die van de mainstream politiek, die vooral in programma’s als De Zevende Dag aan bod komt. Politiek met de kleine p is in wezen een profileringsspelletje waarbij je als politicus veel in de media moet komen, liefst met oneliners die blijven ‘plakken’ in de hoofden van lezers en kijkers.

Maar de échte verandering komt uit de onverwachte hoeken waar Politiek met de grote P verschijnt. Deze term werd geïntroduceerd door Rutger Bregmans  in zijn artikel ‘Wie de wereld wil veranderen moet onredelijk, onrealistisch en onuitstaanbaar zijn’. Later in dit stukje kom ik hierop terug, maar eerst zal ik die kleine politiek belichten die de meeste zendtijd krijgt. 

Staatssecretaris Theo Francken is een meester in politiek met de kleine p, het profileringsspelletje. Hij heeft door zijn tv-optredens en zijn Twitterfratsen het imago opgebouwd van enerzijds de strenge huisvader (‘dwangsom-Afghaan!’), maar anderzijds ook dat van de knuffelbeer die het allemaal zo kwaad niet bedoelt. Beeldvorming is alles tegenwoordig. Ondertussen trekt hij op tournee door Vlaanderen – met de klinkende naam: ‘Theo Toert’ –  om zijn asielbeleid uit te leggen. Naast informatieverstrekking voor de burger, is dit natuurlijk een slecht vermomde verkiezingscampagne om van de personality Theo een stemmenkanon te maken.

Minister van Volksgezondheid, Maggie De Block, is ook sterk in het bouwen van het juiste imago (misschien onbewust). Misschien komt dit doordat ze het aura heeft van een gezellige tante of moeder die de dingen pragmatisch en daadkrachtig aanpakt. Vandaar dat ze eigenlijk nauwelijks argumenteert voor haar beleid, maar meestal laconieke zinnetjes uitspreekt die hout lijken te snijden (bvb. ‘Mijn zakken zijn toegenaaid’). Zo vond ze dat het niet nodig was om het rookverbod op te trekken naar 18 jaar omdat 16-jarigen ook al seks hebben en dus ook autonoom kunnen beslissen of ze roken of niet. Dit gaat voorbij aan het feit dat seks niet (per se) schadelijk is en roken wel. Bovendien starten rookverslavingen vaak rond de leeftijd van 16-17 jaar, vaak om een cool imago te hebben. De hersenen van jongeren zijn dan nog lang niet volledig ontwikkeld en daardoor vatbaarder voor verslaving. Met andere woorden  haar mini-argument hing met haken en ogen aaneen. (Overigens is zo’n verbod voor 16 tot 18-jarigen om sigaretten meestal weinig effectief, maar die reden om het niet door te voeren, haalde Maggie De Block niet aan.)

 

De obsessie van toonaangevende politici met hun imago is schadelijk voor de democratie.

Meer dan ooit draait politiek om een juist imago. Als politicus moet je vooral sympathiek en bekwaam overkomen. Of je beleid feitelijk vruchten afwerpt, wordt in de media te weinig onderzocht en weegt electoraal dus ook niet zo zwaar door. Eigenlijk is dit een enorme tijdverspilling. Het publieke debat zou veel beter focussen op de diepere onderbouw van onze ideeën over de ‘common good’, zoals de filosoof Michael Sandel terecht stelt.

theo_francken
‘Schattig konijntje’, ‘strenge huisvader’ en ‘goeie maat voor aan de toog’: alles in één pakketje. Geen enkele politicus profileert zich zo nadrukkelijk op dit moment als Theo Francken. De deugdzaamheid van zijn asielbeleid lijkt bijna bijzaak voor zijn populariteit, zolang hij het aura van bekwaamheid aan zijn kant heeft.

Politiek met de kleine p is ook de berichtgeving rond ‘straffe uitspraak van een politicus’. De mediacarrousel van reacties, tegenreacties, commentaar, nuance, … geeft meestal nauwelijks inzicht in de relevante problematiek waarover de quote ging. Na een jaar zijn we de meeste van die relletjes ook al vergeten. Het helpt het publieke debat nauwelijks vooruit, integendeel het maakt het tot een oppervlakkig ideologisch spelletje waar geen hond iets aan heeft.

Ons publiek debat vertoont weinig diepgang omdat we ons blindstaren op “straffe uitspraken” van polariserende figuren.

Een voorbeeld is de uitspraak van Bart De Wever over de verdronken Aylan. Hij zei dat de dood van Aylan ‘onze schuld niet is’. Maar dat was gewoon een foute framing. De enige vraag die ertoe doet, is: wat kunnen België, Europa, ngo’s, vrijwilligers doen om de verdrinking van kinderen, die naar Europa vluchtten met hun familie, te voorkomen. Ik vermoed dat minstens 90% van de bevolking het hiermee eens was vóór de uitspraak van De Wever en dat dat nog altijd zo was ná de uitspraak van De Wever. De uitspraak was polariserend: het creëerde schijnbaar een ‘warm kamp’ (dat andere Aylans wou redden) en een ‘kil kamp’ (dat dat schijnbaar niet wou). Maar ik ben ervan overtuigd dat minstens 90% van de mensen in een zinvolle dialoog  ermee zou instemmen dat, als we zulke verdrinkingen kunnen voorkomen, we dat gewoon moeten doen. Om maar te zeggen dat we veel tijd hebben verspild dankzij die quote. Een zuiver voorbeeld van politiek met de kleine p dus.

polyp_cartoon_media_politics
Kranten en nieuwsmedia focussen vooral op politiek met de kleine p. Dit leidt tot een eng consensusdenken waarbij ideeën die radicaal buiten de lijntjes kleuren niet eens aan bod komen. Noam Chomsky beschreef dit mechanisme in zijn boek ‘Manufacturing Consent’. Een voorbeeld daarvan is het NAVO-lidmaatschap van België. De media focuste vorig jaar enkel op de vraag of en hoeveel ons defensiebudget omhoog moest, niet op de vraag of lid zijn van NAVO überhaupt het algemeen belang van de Belgen dient.

In België wordt politiek met de kleine p vooral bedreven door de partijvoorzitters en de stemmenkanonnen. Dit profileringsspel is niet alleen tijdverlies, het is ook schadelijk voor de democratie. Belangrijke problemen blijven op die manier onderbelicht. In het publieke debat (kranten, nieuwsmedia, sociale media) wordt er daardoor te weinig gesproken over de grote thema’s en problemen van ons land. Denk aan onze sociale zekerheid die slecht functioneert, ons fiscaal systeem dat onrechtvaardig en complex is, ons onderwijs dat nog veel te weinig werkt aan kritisch burgerschap, de betonnering van Vlaanderen zodat er nauwelijks nog een bos overeind staat, enzovoort.

AB-Brussel_19-1024x576
Grote uitdaging, weinig aandacht: de betonnering van Vlaanderen. Dit is een beeld uit de documentaire ‘Archibelge’. Vlaanderen is propvol gebouwd, met hier en daar wat snippertjes natuur. Steeds meer bos werd verdrongen door decennialange bouwdrift. Het huidige politiek bestuur heeft weinig lust om een fundamentele ommekeer in te zetten. Dit gaat ongetwijfeld ten koste van de fysieke en mentale gezondheid van de Vlaamse bevolking. Grote ideeën passen niet in de huidige kortetermijnpolitiek en mediacratie. Deze column van Jeroen Olyslaegers verwoordt het treffend.

De huidige toonaangevende politici zien er blijkbaar de urgentie niet van omdat ze zo geobsedeerd zijn door hun imago en beeldvorming. Het laatste waar ze aan denken is een politieke paradigmawissel. Die is nodig in deze kantelperiode in de geschiedenis waarin de eeuwige groei van het kapitalistische model botst met sociale rechtvaardigheid en het leefbaar houden van de planeet. Ook op de lokale schaal van Vlaanderen en België is die paradigmawissel nodig. Belgische politici zitten wat dat betreft nog in een ontkenningsfase.
Tegenover deze kleine ‘imagopolitiek’ heb je Politiek met hoofdletter P. Deze vorm van politiek focust meer op de ‘ideeënsfeer’ en niet (alleen) op politieke profilering van ‘personalities’ en het behalen van stemmen en mandaten. Politiek met hoofdletter draait om de lange termijn, om de paradigmawissels in het politieke denken en het publieke debat.
Die Politiek werd en wordt bedreven in Vlaanderen door Filip De Winter, maar dan in negatieve zin. Hij doorbrak de ‘politiek correcte’ consensus in de vroege jaren ’90 en heeft sindsdien het migratiedebat succesvol gepolariseerd. Het resultaat is dat heel Vlamingen nu argwanend of angstig kijken naar het fenomeen migratie, zelfs als stemmen ze niet op het VB. Zonder ooit aan de macht te komen zijn de ideeën van De Winter en Vlaams Belang over migratie ondertussen sterk doorgedrongen tot de rechtse mainstream. Met hun 70-puntenplan hebben ze de N-VA reeds vele malen (bewust of onbewust) geïnspireerd en beïnvloed. Joël De Ceulaer schreef hierover trouwens een boeiend artikel in De Morgen (wel achter de betaalmuur).

Bernie Sanders heeft de neoliberale consensus doorbroken in Amerika en dat zal nog lang nazinderen. Wie weet betekent het zelfs een kentering in het economisch beleid in de OESO-landen.

Ook in positieve zin wordt er vandaag erg veel aan Politiek gedaan. Bernie Sanders is een evident voorbeeld. Hoewel hij hoogstwaarschijnlijk geen presidentskandidaat zal worden, oefent hij veel invloed uit in de ‘politieke ideeënsfeer’. De neoliberale consensus vertoont nu nog meer barsten doordat Sanders terug de aandacht heeft gevestigd op ongelijkheid en de rol die de financiële sector en uitbuitingskapitalisme daarin spelen. Het eerste effect is dat Hillary Clinton naar links is opgeschoven omdat Sanders zo populair is. Maar het grote lange-termijneffect (Politiek met P sijpelt altijd trager door) moet waarschijnlijk nog komen. De ideeën van Sanders zullen niet wegwaaien zodra hij van het politieke toneel verdwijnt. De aantrekkingskracht van het resetten van de gigantische ongelijkheid in de V.S. zal nazinderen tot ze effectief drastisch verminderd wordt. Wat dat betreft is er echt geen alternatief. De Amerikaanse bevolking zal ‘business as usual’ niet meer blijven pikken.

CZ_XTi8VAAEOKej

In België wordt ook veel belangrijke Politiek bedreven, vooral door niet-politici. David Van Reybrouck (DVR) is zo iemand. Met zijn boekjes ‘Pleidooi voor populisme’ en ‘Tegen Verkiezingen’ raakte hij twee fundamentele problemen aan in onze Belgische democratie.
Van Reybrouck legde de vinger op de wonde: onze samenleving bestaat nog te veel uit eilandjes. We leven te gescheiden, te weinig gemixt: kansarm zit bij kansarm en kansrijk zit bij kansrijk (in de klassen, in de wijken, op de werkvloer). Mensen met een migratieachtergrond hebben vooral gekleurde vrienden, de meeste autochtone Belgen hebben bijna uitsluitend blanke vrienden. De minder fortuinlijke lagen worden politiek veel te weinig gehoord. Zou het toeval zijn dat 15 à 16 procent van onze bevolking nog altijd in armoede leeft? Segregatie en subtiele vormen van ongelijkheid hebben hier ongetwijfeld mee te maken.
Lees hier een boeiende analyse van het probleem van segregatie en waarom het één van de grootste problemen is die België (naast de bestuurlijke versnippering bvb.) momenteel plagen.

David Van Reybrouck wijst op een democratisch deficit in ons huidig politiek systeem van verkiezingen en mediaprofilering. Hij draagt bovendien alternatieven voor dat systeem. Dat is een belangrijke vorm van fundamentele Politiek.

Ten tweede wijst DVR hij ook op het probleem met onze verkiezingsdemocratie. De legitimiteit van verkozen politici kalft jaar na jaar af. Politieke partijen zijn een erfenis van een verzuilde maatschappij, die nu cosmetisch opgesmukt is door spinning en marketing. Maar velen krijgen steeds meer een degout van die ‘gemarketeerde politiek’. De houdbaarheidsdatum van politici wordt alsmaar korter omdat het wantrouwen bij een belangrijk deel van de kiezers niet kleiner maar groter wordt. Omgekeerd voelen politici zich steeds ongemakkelijker bij die ‘verzuring’. Ze krijgen nog moeilijk vat op die wispelturige massa die nog moeilijk te peilen is met zijn duizenden meningen (ironisch genoeg, ondanks de ‘peilingsdrift’ van de media) geventileerd op Facebook en Twitter. Om de onrust en het wederzijds wantrouwen te temperen, moet onze democratie hervormd worden. Er moet bruggen gebouwd worden tussen politiek en burger, waarbij burgers mee kunnen overleggen, echte zeggenschap hebben en mee kunnen besturen. Alleen zo kan de democratische legitimiteit van het bestuur verhoogd worden. De G1000-bijeenkomst was een mooi experiment in die zin, maar helaas was ze een slag in het water. Ze kregen geen enkel politiek vervolg. De legitimiteitscrisis in onze politiek blijft ondertussen verder rotten. Ooit zal de bom toch barsten en zullen er fundamentele veranderingen in het DNA van ons politiek systeem moeten komen.

bainessmall
Politiek gespin zorgt enkel voor meer wantrouwen bij de kiezers die dit steeds vaker doorprikken. Het ‘marketeren’ van de politiek is een symptoom van het democratisch deficit van onze verkiezings-en peilingsdemocratie.

Niet alleen schrijvers als DVR doen aan Politiek met de grote P. Ook vrijwilligers, ngo’s, Hart Boven Beweging doen aan vernieuwende Politiek. Het is een soort collectieve We Doen Het Zelf-beweging (als variant op DIY). Ze trachten in de marges en nissen van het kapitalistisch systeem aan een alternatief te bouwen.
 
In België zijn er maar liefst 1.16 miljoen vrijwilligers  ofte 12.5% van de bevolking (in Nederland naar schatting zelfs 5.5 miljoen of 35% van de bevolking!). Ze geven een boost aan het BNP en zijn onmisbaar voor het maatschappelijk weefsel. Sinds de komst van grote aantallen vluchtelingen, voornamelijk uit het Midden-Oosten, is het aantal vrijwilligers nog toegenomen. Naar hun werk wordt opvallend weinig verwezen door beroepspolitici, iets wat ik zeer opmerkelijk vind. Nochtans zijn ze onmisbare pijlers in de vluchtelingenopvang. Als niemand was komen helpen in het Maximiliaanpark en de asielcentra was de chaos onoverkomelijk geweest voor beleidsmensen als Francken.

f6e63568-61eb-11e5-87a0-163c8b4428a3_web_scale_0.055371_0.055371__
Het Maximiliaanpark in september 2015 met in de achtergrond een overheidsgebouw. Vrijwilligers hebben meermaals humanitaire rampen kunnen voorkomen tijdens de opvangcrisis, terwijl de overheid meermaals faalde. Ondertussen spenderen politici nauwelijks aandacht aan het belang van vrijwilligerswerk in het algemeen.

Vrijwilligerswerk wordt vaak aanzien als iets aanvullends, als een hobby of een manier om tussen de mensen te zijn. Het is een restant van de christelijke deugd van caritas (het doen van ‘goede werken’ voor je zielenheil), maar vandaag de dag wordt het meestal seculier opgevat. Het wordt steeds meer een vorm van (politiek) verzet tegen het dorre en enge economisch denken, tegen de ‘voor wat hoort wat’-mentaliteit,  tegen het falende armoedebeleid van vele Europese landen, tegen de geestelijke malaise die flexwerk veroorzaakt, tegen de besparing op menselijkheid in het beleid, enzovoort.
Er zijn nog talloze voorbeelden van bewegingen die Politiek bedrijven, de ene direct, de andere iets indirecter. Mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch en Amnesty International zijn evidente voorbeelden. Zij oefenen veel invloed omdat ze macht hebben over het imago van landen en landen zijn daar doorgaans erg gevoelig voor (onder meer omdat het imago van een land een rol speelt in vrijhandel en in toerisme). Wat mensenrechtenorganisaties aan de grote klok hangen is dus allesbehalve vrijblijvend, ook zelfs al hebben die onthullingen geen juridische slagkracht.
Aan de rechterzijde heeft Pegida dan weer veel Politieke invloed. Ze vormden het symbool voor Refugees Welcome (een vluchtend gezin) om naar Rapefugees (vreemdelingen die vrouwen achternajagen om ze te verkrachten) na de incidenten op Nieuwjaarsnacht in Keulen. De mainstream pers noemden ze de ‘Luegenpresse’ (een term die overigens ook door de nazi’s werd gebezigd). Hierdoor werd de pers nerveus en ging ze elk mogelijk incident met en tussen asielzoekers overbelichten. De politiek werd ook aangestoken door die nervositeit en er vormden wat steekvlam-quotes (Rutten: ‘blijf met uw poten van de vrouwen’) en steekvlammaatregelen (Francken sloot de ‘zwembadasielzoeker’ op buiten het parket om).
 

Konzert-Besucher-bei-Rock-im-Sektor-2015

De komst van een miljoen vluchtelingen naar Duitsland heeft een ongezien ‘vrijwilligerskoorts’ teweeggebracht onder miljoenen Duitsers. Het is een van de tekenen dat er vanuit de ‘grassroots’, buiten het klassieke politieke bestel om,  enorme veranderingen aan het broeien zijn.

Buiten de klassieke partijpolitieke lijnen borrelt er vanalles op. De IJslandse Piratenpartij die binnenkort aan de macht zal komen, is zo’n voorbeeld. De Piraten willen een radicale omslag van de democratie naar een ander model, dat vooral geïnspireerd is door het internet. Ze pleiten voor een overlegdemocratie waarin burgernetwerken het voor het zeggen hebben. Net zoals op het internet is er weinig of geen hiërarchie: ieder mag zijn zeg doen, ieder kan zijn expertise aanbrengen om zo tot een gedragen consensus te maken. Dit soort ‘crowdsourcing‘ breekt totaal met onze huidige representatieve democratie waarin we de politiek letterlijk hebben uitbesteed aan een universitaire, rijke klasse (waarvan de meerderheid nog steeds bestaat uit (blanke) mannen tussen de 45 en 65 jaar).
12933048_10154130328719181_2286221530439363358_n
Lees hier de basistekst van de Belgische Piratenpartij.
Een ander belangrijk punt is dat het beleid dat de Piraten willen evidence based is. Ze houden van experimenten en trial and error om uit te maken welk beleid nu echt werkt. In het huidige systeem staan wetenschappelijke bevindingen soms in de weg van de grillen van de achterban. De professionele politicus moet met die achterban rekening houden om te overleven. Op die manier wordt politieke moed haast permanent uitgehold. Aangezien de Piraten echter een burgerdemocratie willen installeren, verdwijnt dat permanente dilemma nagenoeg direct, omdat het zwaartepunt van de macht niet langer ligt bij de beroepspolitici maar bij de ‘crowd’ van kritische burgers.
Tot slot heeft de Piratenpartij aandacht voor een oud idee dat ze nieuw leven inblaast nl. de commons. Commons zijn het gemeengoed van de mensheid. Klassieke voorbeelden zijn parken, natuurgebieden, de zee, de lucht die we inademen, de diversiteit aan diersoorten, enzovoort. De droom van de Piraten en andere ‘common’-isten is niet alleen om de klassieke commons te beschermen maar ook om veel zaken die nu (voor een deel) geprivatiseerd zijn binnen de sfeer van de commons te brengen. Dingen zoals nuttige software, industriële knowhow, farmaceutische kennis, woon- en stadsruimte, patenten zouden dan het eigendom van allen worden, waardoor er meer gelijkheid én vooruitgang zou kunnen zijn.

treeoflifefo
Politieke ideeën of ‘memes’ voeren in de virtuele sfeer van het internet dezelfde overlevingsstrijd als virussen of levende organismen. Ze passen zich aan en evolueren ook zodat ze in verschillende politieke ‘klimaten’ kunnen overleven.

Moraal van het verhaal? Als we willen weten in welke richtingen de samenleving mogelijk zal evolueren moeten we kijken naar de grote, prikkelende ideeën die in de omloop zijn. Dit sluit aan bij Hegels filosofie die stelt dat de geschiedenis wordt gestuurd en bepaald door de Geest. Hegel zag de ontwikkeling van de Geest als een hotsend en botsend gebeuren waarbij ideeën met elkaar in conflict komen, elkaar aanvullen of elkaar tot de vergeetput veroordelen. Bij Hegel was de Geest een quasi-goddelijke entiteit of een soort belichaming van de Mensheid.
Als we Hegel vrij en hedendaags interpreteren kunnen we stellen dat het internet vandaag de dag heel erg op die hegeliaanse geest lijkt. Er wordt heel wat politiek gedebatteerd en gefilosofeerd op het internet. Doordat informatie over mogelijke samenlevingsvormen – uit het verleden of uit verre landen – zeer gemakkelijk beschikbaar is, stijgt het geloof dat er veel betere alternatieven zijn voor het huidige neoliberale vrije marktkapitalisme. We kunnen die informatie en ideeën zien als virussen of ‘memes’ die in een soort Ontwerpruimte (of ‘Design Space’, een term van de filosoof Daniel Dennett) met elkaar concurreren. De best ontworpen én best verspreide politieke ideeën hebben op het internet de beste overlevingskansen. Eerst overleven die politieke memes in de virtuele sfeer (vooral op sociale media) maar als ze sterk genoeg zijn krijgen ze een tweede leven in de fysieke ruimte. Dit is in het kort hoe het internet politiek en samenleving drastisch aan het veranderen is.
 
 
 
 
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *