Ontsnappen uit het circus: de strijd tegen online verzuring (deel 2)

John Stuart Mill (1806-1873), de Britse liberale filosoof, was een grote voorvechter van vrije meningsuiting en van vurig debat omdat hij dacht dat ‘de vrije markt van ideeën en opinies’ de samenleving dichter zou brengen bij de waarheid. Mill zou wellicht teleurgesteld zijn in hoe de publieke sfeer vandaag werkt. Al te vaak zijn politici, lobbyisten en verzuurde burgers er niet op uit om samen naar een consensus of belangrijk inzicht te zoeken. Een mening of “straffe quote” wordt in dat geval al te vaak een wapen om je politieke, economische of egoïstische agenda te dienen.
 

600_johnstuartmill_statueofliberty
John Stuart Mill had de huidige sociale media hoogstwaarschijnlijk niet gezien als hoogmissen van de vrije meningsuiting. De deelnemers aan een democratisch debat moesten in zijn visie gericht zijn op de waarheid en open van geest zijn.

Er is echter een geleidelijk keerpunt in het publiek debat. Het belang van factchecken en statistiek wordt alsmaar belangrijker doordat de informatie op alternatieve internetmedia van steeds betere kwaliteit is. Wikipedia bevat een oneindige schat aan informatie. Onafhankelijke media en journalistiek op internet zijn gestaag aan het groeien. Voorlopig zijn die bronnen vooral bekend bij hoogopgeleiden. Het zal een uitdaging vormen om steeds meer mensen met die bronnen te doen kennismaken.
 
apachebe
Alternatieve online media zoals Apache (Vlaanderen) en De Correspondent (Nederland) zijn gestaag aan het groeien.

 
Het onderwijs heeft daarnaast een levensbelangrijke taak om kritisch denken en het raadplegen van betrouwbare (en soms dissidente) bronnen goed aan te leren. De basis aanleren is simpel, maar op een goede, respectvolle manier een discussie aangaan met anderen is een vaardigheid die je pas na heel veel oefening en ervaring leert.
Mensen zijn immers geen rationele wezens. Onze angst en boosheid zijn ideale kweekvijvers voor drogargumenten en Oost-Indische doofheid voor andere meningen en inzichten. Twee van de meest voorkomende valkuilen zijn enerzijds afgaan op anekdotes en anderzijds het zoeken naar zondebokken. Mensen zijn er zich doorgaans niet van bewust hoe zwak de bewijskracht is van anekdotes. Toch worden anekdotes door heel veel sociale media-gebruikers als absoluut doorslaggevend bewijs gezien, omdat ze meestal hun vooroordelen bevestigen.
 
maxresdefault (1)
Op facebook en twitter wordt nog al eens ‘geknokt’ met woorden.

“Onze angst en boosheid zijn ideale kweekvijvers voor drogargumenten en Oost-Indische doofheid voor tegenargumenten.”

Sappige (WAARGEBEURDE!) anekdotes leiden naadloos tot polarisering en tot zondebok-denken, iets dat in onze menselijke psychologie ingebakken zit. Zelfs in zijn milde vorm is het zoeken naar zondebokken schadelijk voor onze maatschappij. Het creëert groepen mensen die als tweederangsburgers worden behandeld en zo hun talenten niet volledig kunnen ontplooien. (zie dit artikel van Bleri Leshi over zo’n recente anekdote over een vrouw uit Malle)
 
Elke dag opnieuw herhaalt zich dit circus van schreeuwerige drogargumenten op sociale media. Elke dag worden er miljoenen woorden verspild aan dovemansgesprekken tussen burgers die zelden dichter tot elkaar komen in hun standpunten. Kunnen we die energie niet beter inzetten?
We zouden kunnen besluiten dat de sociale media de ware aard van de mens blootlegt. Je hebt een groep schreeuwende idioten en narcisten die menen dat ze de waarheid in pacht hebben. En je hebt een redelijke minderheid die meestal zwijgt of soms een van die idioten tot bedaren wil brengen met argumenten. Maar dat is een veel te somber beeld van de mens, een beeld dat bovendien niet strookt met de dagelijkse realiteit, waarin we niet constant met elkaar in de touwen liggen.

1301383101-antigovernment-protests-london-the-real-story_642480
Veel burgers voelen zich niet gehoord door hun politici of regeringen.

De hoogoplopende emoties tonen veel dingen: dat veel mensen onbegrip hebben voor het huidige politiek systeem, dat ze echt en open debat willen en dat ze meer zeggenschap willen hebben. Het is dus een symptoom van een democratisch deficit dat vooral in Europa en in de V.S. steeds sterker gevoeld wordt. Het toont ook hoe er steeds een sluimerende angst is omdat onze wereld op zoveel vlakken in beweging is (ongelijkheid, migratie, milieu en klimaat).
Daarnaast zijn het vaak persoonlijke problemen of trauma’s die mensen tot verknipte ideeën over de ander, de overheid of de maatschappij drijven. Dit wordt bijvoorbeeld duidelijk in de rubriek ‘Helden van het Internet’ van Karen en De Coster (VIER).
Tot slot toont het ook hoe de klassieke media (kranten en tv), die polarisering en vooral sluimerend pessimisme tot hun basisrecepten gemaakt hebben. Sommige media vinden het leuk om nog wat olie gooien op die sluimerende onrust en angst. Men vindt dan dat men “de vinger aan de pols legt” bij het publiek of de gewone man. Een goed voorbeeld daarvan is het begin van Het Grote Debat op VTM over de vluchtelingenproblematiek. (Let op de achtergrondmuziek die VTM daarvoor gebruikt)
vluchtelingen_facebook_2_00000_0 (1)
Het begin van het Grote Debat op VTM met het gebruik van dreigende achtergrondmuziek en sociale media was een laagtepunt van journalistiek.

Een van die klassieke carrousels is de volgende: de straffe uitspraak van een ‘spraakmakend’ politicus A komt op de voorpagina. Die uitspraak wordt dan gevolgd door een spiraal van verontwaardigde reacties van B, C, D, met bijval van E en nuance van F, enzovoort. Op het einde komt Carl Devos of Ivan de Vadder dan als een soort sportcommentator een ‘enerzijds-anderzijds’-samenvatting geven van de laatste kibbelpartij op Terzake. Politicus A heeft een breed forum gehad, er is veel gehakketak gepasseerd, maar weinig inzicht of oplossingen voor het eigenlijke probleem.

Vaak drijft eenzaamheid of een gevoel van uitsluiting mensen tot verknipte ideeën over de ander, de overheid of de maatschappij.

Is er een uitweg uit deze onzalige toestand? Zeker, maar die is best drastisch. De opiniesecties van de sociale media brengen momenteel meer stank voort dan parfum, meer oververhitting dan licht. Maar het zou zonde zijn om de energie die mensen nu in dovemansdiscussies en tirades steken niet te proberen om te buigen naar iets moois. In een ideale wereld zouden mensen niet discussiëren met elkaar via laptops zonder elkaars gezichtsuitdrukkingen te zien. Ze zouden beter in een zaaltje bijeenkomen waar ze respectvol kunnen discussiëren. Ze zouden vooraf kunnen geïnformeerd worden door middel van informatiemappen of een paar experten in een korte inleiding. Iemand zou een samenvatting kunnen maken van de discussie met de voornaamste pro- en contra-argumenten en de standpunten waarover consensus is. Of je zou er een soort wedstrijd van kunnen maken waarin de beste en meest constructieve debaters in een serie televisie-uitzendingen de degens zouden kruisen.

“De opiniesecties van de sociale media brengen momenteel meer stank voort dan parfum, meer oververhitting dan licht.”

Dit lijkt verdacht veel op de G1000- of G500-bijeenkomsten met het kleine verschil dat deze debatavonden minder formeel, met minder deelnemers en goedkoper georganiseerd kunnen worden. Misschien kan dit een succes worden, misschien niet, maar het is alleszins het proberen waard, denk ik.
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *