Het succes van apolitiek: ‘Laten we het gezellig houden’.

shhh-please-be-quiet-democracy-is-sleeping-politics-quote
Er is een opmerkelijk fenomeen in het dagelijkse leven – althans zo voel ik het aan – wat betreft het spreken over politiek. Veel mensen vermijden meestal om over politiek geladen thema’s te praten, hoogstens praten ze over dingen waarover een grote meerderheid van de mensen het eens zijn. Met politiek bedoel ik eigenlijk niet de klassieke, partijpolitieke pantomime waar de media zo graag over bericht geeft. Ik zie politiek meer als een ruime noemer voor alle vormen van dialoog tussen burgers over hoe de grote en kleine ‘kwesties van onze tijd’ moeten worden aangepakt. Die dialoog kan gaan van hondenpoep in de gemeente, het rookverbod in de horeca of het klimaatplan van Obama.
Mensen zullen bijvoorbeeld tegen elkaar klagen over de stijgende energiefactuur als gevolg van een BTW-verhoging of een grote treinstaking. Niemand betaalt graag meer, dus kunnen ze er snel eensgezind en samenhorig tegen zijn.Maar Vlaamse burgers zullen om de hete brij heen draaien als het gaat over moeilijke of controversiële politieke thema’s. We willen het gezellig houden. Hierover praten kan immers leiden tot verhitte discussies.
We hebben als mensen bovendien de neiging om met vrienden om te gaan waarvan we weten of vermoeden dat ze op dezelfde lijn zitten dan ons qua (levens)opvattingen en dus ook politieke overtuiging. Er zit dus veel conflictvermijding in onszelf en in onze cultuur.
Op facebook zie je dit fenomeen ook. Mensen reageren veel meer op persoonlijke nieuwtjes dan op de politiek getinte uitspraken van hun facebookvrienden.  Het zijn de ‘ghosters’: mensen die zwijgend meelezen, zich niet mengen en hun mening voor zich houden.
Politiek kan mensen sterk verdelen en ze van elkaar doen vervreemden, vooral wanneer mensen op een verkeerde manier omgaan met (fundamentele) meningsverschillen. Dat mensen voorzichtig zijn in het uiten van hun opinies is dus begrijpelijk.
Het vermijden van spreken over politiek heeft ook z’n voordelen. Een samenleving die niet gepolariseerd is, is logischerwijs een vreedzamere samenleving en dat is natuurlijk positief.
Maar de neiging om politiek uit de weg te gaan heeft ook een serieuze keerzijde. We laten hierdoor als gewone burgers een belangrijk deel van hun democratisch potentieel in de schuif liggen. Bovendien leren we niet meer hoe we met meningsverschillen op een constructieve en niet-conflictueuze manier moeten omgaan. Door meningsverschillen leren we elkaar beter kennen. Ze kunnen ons ook aansporen om meer empathie te hebben, om ‘het eens van de andere kant te bekijken’. Een samenleving die enkel over koetjes en kalfjes praat, moffelt veel problemen onder het tapijt.
plato
Het onderwijs moedigt onbewust deze politieke desinteresse aan. Middelbare curricula zitten volgepropt met wetenschappen en talen, maar er ontbreekt steevast een vak om democratisch burgerschap aan te leren en te stimuleren. Dit leidt ertoe dat scholieren worden verleid om in de comfortabele zetel van onkritische consumptie te blijven zitten. Scholen doen uiteraard inspanningen om scholieren kritischer te doen denken en duurzamer te consumeren, maar het gebeurt waarschijnlijk nog onvoldoende (ik kom hier later nog op terug).
Anderzijds vinden mensen politiek vaak saai en praten ze liever over hun hobby’s, de sportuitslagen of hun reisplannen. Dit zijn onderwerpen die meestal een positieve lading dragen en dus ongevaarlijk en comfortabel in dagdagelijkse gesprekjes. Het feit dat veel Vlamingen het goed hebben dankzij de verzorgingsstaat en de mogelijkheid om veel leuke spullen te kopen, speelt ongetwijfeld ook mee. Consumentisme maakt mensen een beetje tam.
Maatschappelijke spanningsvelden zijn in het alledaagse leven onzichtbaarder geworden door de stijgende welvaart, zeker in de woongebieden buiten de steden die Vlaanderen zo kenmerken.
In die optiek  wordt stemmen om de vier of vijf jaar voor veel mensen een verplicht nummertje. Met een stem voor partij A of B delegeren we de hele ‘res publica’ aan een politieke klasse en kunnen we weer terug naar de orde van de dag.’Wie zijn stem geeft, geeft zijn stem weg’, zo verwoordt David Van Reybrouck het treffend (zie een interview met hem op: http://www.vpro.nl/buitenland/programmas/bureau-buitenland/2015/juli/28.html).
Consumer-Society
Politiek engagement is duidelijk meer iets van de stad. Stedelingen zijn sowieso politiek bewuster omdat de uitdagingen om goed samen te leven veel zichtbaarder en pregnanter zijn (denk aan mobiliteit, migratie, dure huisvesting, werkgelegenheid, afvalmanagement). Je ziet dat daardoor positief beleid in de steden sneller van de grond komt (bvb. het steeds autovrijer maken van stadscentra, de steeds luidere roep om meer leefbaarheid en groen in de stad). In steden zijn mensen sneller geneigd om hun democratisch potentieel te benutten.
Op het internet zien we een soort omgekeerde situatie als die in de Vlaamse verkavelingswijken. In kranten-comments, sociale media en blogs zie je een stortvloed aan meningen. Pessimistische commentatoren kijken vrij negatief naar deze ‘twitterdemocratie’, omdat er veel grofheid en ‘noise’ tussen zit. Dit leidt volgens hen tot een verarming en verloedering van debatten. Voor een stuk is dat zeker zo.
Anderzijds is het internet een uitgelezen middel (of minstens een stimulans) om je politieke mening iets beter te staven. In internetdiscussies wordt er zoveel beweerd (en zelden gestaafd of bewezen) dat veel mensen automatisch bronnen (of zelfs boeken!) willen checken om te zien of het allemaal wel klopt. Je begint verder te kijken dan je neus lang is. Zonder het internet hadden bijvoorbeeld economen als Krugman en Stiglitz nooit zo’n grote invloed gehad op de publieke opinie over de Europese budgettaire en democratische crisis.
585eef76-1584-11e3-9687-25a6312ba8c3_web_scale_0.1082251_0.1082251__
Los van het feit of het internet nu een goede zaak is voor een beter geïnformeerd democratisch debat (ik denk zeker van wel), toont het ook een gapend hiaat in die democratie van ons. Internetdiscussies tonen aan dat veel mensen de behoefte hebben om te praten met elkaar over de snelle schokken en evoluties die zich in het begin van de 21ste eeuw voordoen (denk aan de toekomst van de verzorgingsstaat, de roep om meer fiscale fairness of de hervorming van de democratie zelf). Zo’n debatten zouden juist face-to-face moeten gebeuren op allerlei plaatsen van samenkomst en niet enkel tijdens lezingen en debatavonden waar vijftig of honderd mensen naar komen kijken. Het gebrek aan democratisch spreken tussen gewone burgers is een van de voornaamste tekenen van een democratisch deficit. David Van Reybrouck pleit daarom vurig voor een “deliberatieve democratie”, waarin gewone, simpele burgers praten over de zaken die hen zo na aan het hart liggen. Zo’n G1000-modellen vormen ongetwijfeld de toekomst. In een ideale wereld zou zo’n democratisch burgeroverleg kunnen wegen op macropolitieke besluitvorming.
Dit zal ook een bepaalde aversie voor de politiek bij de bevolking verzachten. Deze aversie is er één tegen de moderne democratie die gedomineerd wordt door politieke partijen en korte termijnvisies. Doordat partijen vaak verlamd zijn door nakende verkiezingen of door invloedrijke belangengroepen en lobby’s gaan ze niet zelden in tegen het algemeen belang. Een systeem van partijpolitiek en verkiezingen botst vaak met moedige en duurzame lange-termijnbeslissingen, zeker als de electorale achterban liever niet denkt aan toekomstige generaties.
Het wordt tijd dat de burgers en de grassroots-bewegingen de kans krijgen om onze democratie een nieuwe jas te geven.

1 reactie

Laat een reactie achter aan K.a.a. Rotthier Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *